De signalen zijn hetzelfde als een paar jaar geleden. Kranten staan vol met
berichten over de goede arbeidmarkt, overal is te zien dat iedereen die wil
werken zo een baan heeft en dat door de aankomende vergrijzing
arbeidskrachten alleen maar schaarser en dus gewilder worden. Het lijkt
alsof het niet op kan.

In deze schaarste moeten werkgevers vechten om het aanwezige talent.
Volgens Peter Rietvelt, directeur van Michael Page Nederland, stellen
werknemers zich steeds harder op wanneer ze van baan veranderen: "Mensen
voelen zich steeds zekerder. Ze weten dat ze een schaars goed zijn, ze
hebben meer keuze en dat weten ze. Daardoor staan ze heel anders in de
gesprekken met de bedrijven."

Zelfs starters die nog niets gepresteerd hebben op de arbeidsmarkt willen
steeds vaker onderhandelen over hun salaris, merkt Willemijn Broerse,
manager Campus Recruitment bij Ebbinge. "Steeds vaker vragen starters
of er over het salaris dat ze wordt geboden, te onderhandelen valt. Wij
geven ze dan het advies dat ze dat beter niet kunnen doen. Ze moeten zich
immers nog bewijzen. De salarissen die de bedrijven waar wij voor
recruiteren nu aan starters bieden, zijn al heel goed. Alleen voor de echte
toppers willen bedrijven nog wel eens een uitzondering maken. Als een
bedrijf iemand echt wil hebben, zijn ze bereid er nog iets bovenop te doen
in de vorm van een sign on bonus."

Grote bedrijven hebben vaak zelfs vaste salarissen voor starters. Daar
wordt in de regel niet van afgeweken. Broerse ziet wel dat starters
bedrijven tegen elkaar uit proberen te spelen. Als ze een aanbod hebben
gekregen van twee vergelijkbare bedrijven, gebruiken starters dat om hun
salaris nog wat omhoog te krijgen. "Op die manier kunnen ze er nog wel
wat bijkrijgen, maar de werknemer geeft op die manier wel een verkeerd
signaal af. Het bedrijf krijgt dan de indruk dat diegene er alleen maar voor
het geld wil komen werken."

Voor mensen die al een paar jaar werkervaring hebben, ligt het anders. Deze
salarissen liggen niet zo vast als voor starters. Er is dan ook meer ruimte
voor onderhandeling.

Maar van een enorme toename in de hoogte van het salaris merkt Yvette van der
Vliet, commercieel directeur van YER nog weinig. Volgens haar zijn
werkgevers nog voorzichtig omdat ze bang zijn voor te grote
salarisverschillen met de werknemers die er al zitten: "De werkgever
wil al zijn werknemers recht in de ogen kunnen blijven kijken. Daarom bieden
steeds meer bedrijven hun werknemers de mogelijkheid zich naar eigen inzicht
te ontplooien. Cursussen, buitenlandervaring of bepaalde prestigieuze
projecten."

Veel grote bedrijven hebben al een cafetariamodel. Werknemers kunnen
kiezen wat zij belangrijk vinden. Meer vrije tijd, hoger salaris, opleiding
of vakantiedagen. Ook wordt het gebrek aan stijging van het primaire salaris
opgevangen door hogere flexibele beloningen.

Flexibele arbeidsvoorwaarden zijn ook beter voor de werkgever. Daarom zijn
bedrijven eerder geneigd om hierin de werknemer tegemoet te komen. Volgens
Edith Koetsier, wordt er steeds meer onderhandeld op een manier die voor
beide partijen voordelig is: "Als de werknemer er alleen maar een zo
hoog mogelijk vast salaris uit probeert te slepen, kan het bedrijf het idee
krijgen dat de werknemer er alleen om het salaris zit. Door met bonussen te
werken, weet het bedrijf dat de werknemer geneigd is om hard voor zijn geld
te werken. Wij zien bijvoorbeeld dat een werknemer met een bedrijf afspreekt
dat na twee jaar goed presteren zijn MBA door het bedrijf betaald wordt."

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl